home
projecten
ooghoogte
kleurtoepassing
werkwijze
contact


sitemap


*

Kleurenzo

In het dagelijks leven is het vanzelfsprekend om zich te oriënteren op wat men ziet. Het is mogelijk om veel visuele informatie tegelijkertijd te verwerken en het begrip van vorm en vooral van ruimte is sterk aan het gezichtsvermogen gerelateerd. Kleur speelt temidden van alle beeldelementen een hoofdrol.

Het ordenend vermogen van kleur is van onschatbare waarde in de vormgeving. Dat kleurverwantschap dominant is over vormverwantschap blijkt niet alleen uit de mimicri in de natuur en de imitaties daarvan door de mensen, maar is ook op de abstracte afbeeldingen hieronder direkt te zien.

schelpennest groene soldaat en zandsoldaat ordening van bol en driehoek door twee kleuren ordening van bol en driehoek door twee kleuren

Het is opmerkelijk dat wanneer er over kleur gesproken wordt zo snel en vaak uitsluitend waarderende bijvoeglijke termen worden gehanteerd. Vrijwel iedereen wordt onmiddelijk in zijn emotionele laag aangesproken door kleur, en uit zich op de daarbij passende wijze. Door het ontbreken van algemene vorming op dit gebied is de direkte verbinding tussen waarneming en beleving nog niet verbroken; bij muziek zie je soortgelijke verschijnselen.

De logica van mooi

De persoonlijke beleving van kleur wordt door grote groepen mensen als iets intiems en onderscheidends ervaren. Deze persoonlijke beleving van kleur voldoet echter aan een groot aantal wetmatigheden en wordt gedeeld met miljoenen anderen.

Biologisch reageert iedereen, ongeacht leeftijd, intelligentie, sekse en herkomst gelijk. De effecten van kleurprikkels op ademhaling en hartslag en ook huid- en pupilreacties zijn voorspelbaar. Ook hebben de zogenoemde gevoelswaarden van kleuren zo hun wetmatigheden, wat blijkt uit onderzoek van kleurpsycho- en fysiologen.

Een voorbeeld: omdat blauw en rood door hun verschil in golflengte op een verschillende manier door de ooglens worden gebroken zijn wij bijziend voor blauw, het brandpunt ligt voor het netvlies, en verziend voor rood, waarvan het brandpunt achter het netvlies ligt. Daarom ervaren wij dat rood op de voorgrond treedt en blauw naar achteren wijkt. Zo zijn er meer.

Zie je wat je ziet?

Informatie is overal aanwezig. De informatie waarover wij reeds beschikken en die wij voor een deel geintegreerd hebben stuurt onze waarneming, onze selectie van de op dat moment beschikbare en toegankelijke informatie. Deze selectie zelf, en ook het selectieproces en de condities waaronder dit plaatsvindt, zijn de voeding van onze verwerking en interpretatie, die op zijn beurt ook weer onderhevig is aan voorwaarden en wetmatigheden. Door een steeds voortgaande opeenvolging van interpretatie en selectie kan een pad ontstaan van 'ervaringen', wat kan leiden tot een meer of minder samenhangend stelsel van opvattingen, een visie, zo u wilt.....

De mens wenst zich aan zijn gelijken te spiegelen, dat is van alle tijden. In deze zin is smaak ook een functie van de tijd waarin men leeft; men volgt een pad dat door stijlduiders wordt uitgelegd, deskundigen, media, vrienden, kennissen. Wanneer gewerkt wordt aan beeldvorming in de openbare ruimte kan individuele smaak alléén echter geen uitgangspunt zijn.

straathoek_stadscentrum

Kleur en omgeving

Ook in de gebouwde omgeving, vorm en ruimte immers, speelt kleur een belangrijke rol. Kleur kan de uiterlijk verschijningsvorm van een gebouw en de leesbaarheid van een omgeving inderdaad beïnvloeden. Ook kan kleur een stempel drukken op de belevingswaarde van woon- en werkomgeving. Bij oudere gebouwen kan kleur een onderdeel zijn van het culturele erfgoed.

Toch is kleur van, in en op gebouwen een vaak onderschat aspect van de totale beeldvorming, wellicht omdat het fenomeen kleur staat voor een complex van dynamische processen en daarom zo weinig tastbaar is.

Het hanteren van kleurtechnische termen en het inschatten van de praktische, visuele en psychologische effecten daarvan is iets anders dan verfraaien of twisten over smaak. Het bewust toepassen van kleur vereist een grondige analyse van de invloeden van vorm en tijd, schaal en samenhang, maar ook van de uitwerking op de waarnemer.

Regie van kleurgeving

Op stedebouwkundig niveau zijn er verschillende vormen van kleurregie denkbaar:

schema van verschillende kleurconcepten

Architectonisch model

Om concepten voor kleurgeving te ontwikkelen kan men het architectonisch kleurmodel van Melse hanteren. Hierdoor wordt het mogelijk een kleurontwerp te motiveren of een kleurgeving te analyseren. Melses model maakt toepassing van kleur bespreekbaar in kleurkundige én in bouwkundige zin.

Funktionaliteit

Kleur is onze gewaarwording van de interacties tussen licht en materie. Kleur maakt vorm zichtbaar. Als zodanig is kleur dus een ervaringsgegeven. De argeloze kijker beseft dit meestal pas in een extreme situatie.

Het is natuurlijk interessant om veel kennis te verzamelen; al snel komt men er toe om modellen in te zetten om de verzamelde gegevens hanteerbaar te maken of overzichtelijk te houden. Hoewel een model een handig hulpmiddel kan zijn om de structuur in een complex onderwerp te leren overzien en begrijpen schuilt in deze aanpak het gevaar dat men al even snel iets denkt te zien, en daarbij vergeet te kijken; het model blijft een vereenvoudigde, geschematiseerde weergave; de kaart is niet het gebied. De grote uitdaging is dan ook om een situatie met open ogen tegemoet te treden.

Kleurwaarneming wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het licht; zonder licht is er helemaal niets te zien, en bij een geringe lichtintensiteit, bijna donker dus, blijven sommige kleuren beter herkenbaar dan andere.

Ook de kwaliteit van de materie speelt een rol. De kennis van chemische eigenschappen van pigmenten is een vak op zich. Twee kleuren die bijvoorbeeld in een bepaald licht gelijk lijken, kunnen in andere lichtomstandigheden toch verschillend blijken; een verschil in de materiele samenstelling van de kleurdrager komt letterlijk aan het licht.

landschap met regenboog

Kleurkennis

De kleurenstudie kent vele historische gezichten; de inhoud van de theorie wisselt met de gangbare denkbeelden van een tijdvak; hierover is al veel gepubliceerd. Wat lievelingskleuren zeggen over de persoonlijkheid is niet eenduidig vast te stellen, maar het is een feit dát de mens behoefte heeft aan kleur. Het geval van de kleurenblinde schilder van Oliver Sacks maakt dit dramatisch duidelijk. En als dat allemaal zo is, aan welke kleuren heeft een mens behoefte dan?

In de regenboog zitten alle kleuren en aan het eind wacht de pot met gouden munten; een mooi symbool voor een gelukkig leven in een pluriforme en coöperatieve samenleving. Des te merkwaardiger dat zwart en wit blijkens antropologisch onderzoek de werkelijke basiskleuren zijn. Zeer eenvoudige talen kennen woorden voor alleen deze twee, en als talen meer kleuren kennen zijn het altijd zwart en wit, plus een of meer andere. Zwart en wit als de oerkleuren? Duisternis en licht, dus! De polariteit die het wiel van het leven doet wentelen, het leven in full colour!

Licht, dus.....

Iedereen die wel eens stenen in een vijver heeft gegooid heeft kunnen opmerken dat watergolven interfereren. De doorslaggevende reden om licht als een golfverschijnsel te beschouwen is het optreden van interferentie; dit werd in 1803 experimenteel door Thomas Young vastgesteld, naar aanleiding van de toenmalige discussie over de deeltjestheorie van Newton uit 1704 versus de golftheorie Christiaan Huygens uit 1690.

Na ruim een eeuw vol experimenten en ontdekkingen op het gebied van electromagnetische straling, schreef Einstein zich in 1905 definitief de geschiedenis in met vier artikelen waarvan het eerste over het karakter van het licht ging. Hij stelde hierin, tegen de heersende opvattingen in, quantisering van het licht voor. Het doorslaggevend argument om licht als deeltjesverschijnsel te beschouwen is het foto-electrisch effect; wanneer een voorwerp met licht beschenen wordt komen elektronen vrij; licht van een hogere frequentie, bv UV, doet de elektronen sneller vrijkomen, intenser licht van dezelfde frequentie doet meer deeltjes vrijkomen. (Max Planck en Albert Einstein) Lichtquanta kregen de naam fotonen. Het foto-electrisch effect vormt de theoretische basis voor zonnecellen-techniek.

Rond 1926 werd de quantumtheorie een consistente natuurkundige theorie, een dynamica, die de klassieke natuurkunde incorporeert.

sterrenstelsel in de kosmos

Bestaat de werkelijkheid ook als niemand kijkt?

Complementariteitsbeginsel van Bohr: het hangt van het soort experiment af of het waargenomen elektron beschouwd mag worden als een deeltje of als een golf. Onzekerheisprincipe van Heisenberg: impuls /golf en positie /deeltje kunnen niet gelijktijdig gemeten worden, en, de meting werkt hoe dan ook verstorend!

Volgens H en B zijn elektronen en andere subatomaire deeltjes slechts door ons aan de natuur opgelegde structuren, geen fysieke objecten in de eigenlijke zin van het woord; de kaart is niet het gebied. Onze manier van kijken bepaalt in hoge mate wat we te zien krijgen; objectiviteit bestaat dus uiteindelijk niet. Hier zijn de grenzen waarbinnen we kunnen werken; verdere uitspraken over het fundament van de Q-wereld zijn zinloos. De Q-theorie werkt en "laten we daar blij mee zijn".

In de hierna volgende decennia gaat men wel nog dieper de stof in, maar is men toch meer gericht op praktische toepassingen ervan in de moderne technologie; computers, genenonderzoek, laser en supergeleiders, alle ondenkbaar zonder Q. Zo ook StarTrek.


quote:
"De mate van bewustheid tijdens de waarneming is bepalend voor de gewaarwording."
Peter Struycken

< terug naar ooghoogte



^